Kick Corona Out – Gezonde afstand

INGEZONDEN

“Blijf gezond en houd afstand”, zegt de sportverslaggever ter afsluiting. En ik snap ook waarom.
Het is 13 april 2020, Tweede Paasdag. Een week geleden verklaarde onze premier dat onze samenleving ook na deze Coronamaatregelen nooit meer dezelfde zal worden. “We zullen moeten zoeken naar de nieuwe normaal in een anderhalve meter-samenleving”, zei hij. Het is die blijvende afstand die mij zorgen baart.

Dit stuk is zeker niet bedoeld om te pleiten voor burgerlijke ongehoorzaamheid: wat nodig is, is nodig. Daar sta ik 100% achter. Samen houden we dit vol; met een beetje hulp van films en series, mooie, kunstzinnige plaatjes op Facebook en goede muziek. Het is wel bedoeld als een rouwbrief om wat volgens mij verloren gaat, en als een vraag naar hoe onze samenleving verder moet.

Laat ik eerlijk zijn: jarenlang hebben onze rechtse regeringen hun desinteresse in zorgend personeel en onverschilligheid ten opzichte van de Kunsten niet onder stoelen of banken gestoken. Meer blauw op straat moest het met minder budget doen, de ooit onafhankelijke wetenschap werd verkocht aan bedrijven als Philips en de pharmaceutische industrie. De waardering voor het meest menselijke moest plaatsmaken voor hoge belastingkortingen voor grote multinationals.

De noodzakelijke maatregelen die het kabinet nu neemt en de waardering die het uitspreekt voor de mensen die het echt moeten doen, staat bijna haaks op alle beleid van voor deze viruscrisis. Maar ik ben er blij mee. Een heel land dat applaudisseert voor al die werkenden in de Zorg, die al jaren en jaren onderbetaald worden, dat is een prachtig teken van verbondenheid. Weinig mensen zitten nog vast in wij/zij-denken over andersgelovigen, andersgekleurden of anderstaligen. Dit treft echt iedereen en dat maakt iedereen een.

Dit is een van de positieve gevolgen die de Covid19-slachting toch nog kan hebben op onze maatschappij. Laten we hopen dat deze sociale coherentie blijvend zal zijn. Laten we hopen dat iedereen bij volgende verkiezingen gaat stemmen op partijen die juist meer willen doen voor eenheid, zorg, onderwijs, onafhankelijke wetenschap en vrije kunsten.

Maar, zoals gezegd, maak ik mij ook ernstige zorgen over hoe die betrokken maar afstandelijke nieuwe samenleving er uit gaat zien. Wie helpt straks dat oude vrouwtje oversteken? Wie zegt er straks nog: “Oh, u past er nog wel bij, hoor! We schikken wel wat in!” Vragen we die meneer in de rolstoel nog of wij dat pak sap in het bovenste schap voor hem zullen pakken en aangeven? Die collega die, om welke reden dan ook, ineens staat te huilen. Krijgt zij nog een hand op haar schouder? Of een knuffel misschien zelfs? Zal er ooit nog rugby gespeeld worden? Of een judowedstrijd? Hoe geef je als puber dat meisje straks je eerste zoen? Ik maak mij zorgen. Om spontaniteit, om persoonlijke vrijheid, maar vooral om de algehele waardering van lichamelijkheid.

Sinds de invloed van denkers als Plato en Paulus op onze Westerse maatschappij heeft het onderscheid tussen lichaam en geest ervoor gezorgd dat het lichamelijke gezien werd als inferieur aan het geestelijke, en dat vergeestelijking een teken van beschaving zou zijn. Een van de woorden die ik op televisie nu het meeste hoor, is het woord “verstandig”. We moeten verstandig zijn; niet toegeven aan wat we eigenlijk zouden willen. Geest boven lichaam. Dat is niet nieuw. Deden we in de Middeleeuwen onze behoeften nog in het openbaar; nu zoeken we daarvoor het kleinste kamertje op. We hebben geen seks meer waar de kinderen of anderen bij zijn. Hoesten is eng. Kuchen is eng. Iemand die niest, is potentieel gevaarlijk. Het menselijk lichaam is eng.

Als we al naar een badhuis gaan, doen we eerst zwemkleding aan. Toegegeven, wellness-resorts wonnen de afgelopen decennia aan populariteit, maar zelfs daar deden de badkledingdagen hun intrede. En na het sporten douchten we steeds vaker niet meer. Of we douchten nog wel samen, maar in ons ondergoed. Zal de verandering van onze maatschappij door de Covid19-crisis deze verpreutsing nog een flinke duw in de rug geven? De hele MeToo-beweging (hoe belangrijk ook) heeft het aanraken van elkaar ook al geen goed gedaan. Dit hoewel de beweging eigenlijk natuurlijk gericht is tegen machtsmisbruik. En dat is niet hetzelfde.

Mijn angst is dat er in de anderhalvemetermaatschappij van meneer Rutte straks weinig ruimte meer is voor aanrakingen en dat lichamelijkheid meer dan ooit gezien zal worden als iets dat weggestopt moet worden achter handschoenen, mondkapjes en voordeuren. Spontaniteit en vergeestelijking zijn niet elkaars beste vrienden.

Voor een gezonde, vrije samenleving is het volgens mij nodig dat er een zekere onbezorgdheid heerst. Onbezorgdheid die toelaat dat iedereen zichzelf durft te tonen zoals hij of zij is. Anderhalve meter afstand is verstandig. Ook in de toekomst. Maar is het ook leefbaar? Kunnen we daarbinnen zijn wie we zijn? En wie gaan ons vertellen hoe we dat moeten doen? Politici? Zakenmensen? Multinationals? Dat vraag ik mij af.

Hoe als je je
met zorgeloosheid
kon omringen
en dat dat
je ruimte was

(Bert Schierbeek)

Maurice Kummer, kunstenaar in Giesbeek

april 26, 2020

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *